Deel 1: Wat als….

      Reacties uitgeschakeld voor Deel 1: Wat als….

Meer dan drie jaar geleden schreef ik mijn laatste blog. Jarenlang kon ik het niet. Het was een moeilijke periode waarin zoveel gebeurde, dat ik gewoonweg geen tijd had en ik geen manier kon vinden om het verhaal op te schrijven. Nu drie jaar later, deel ik toch mijn verhaal, wellicht heeft iemand er steun aan. (Het ligt nog steeds gevoelig, dus aan negatieve reacties is geen behoefte).

Het is half juni als ik erachter kom dat ik zwanger ben. Niet helemaal gepland, maar heel welkom. Mijn droom lijkt onverwacht toch uit te komen: een gezin van 5! Nog net voor onze zomervakantie kunnen we terecht bij de verloskundige. Daar zien we een prachtig kloppend hartje. De NIP-test moet wachten tot na onze vakantie want ik ben nog net geen 11 weken zwanger. In verband met mijn leeftijd en ons toch al redelijk grote gezin lijkt het ons verstandig deze test te doen.

In de vakantie ben ik de magische 3 maanden grens voorbij en vertellen we trots aan de kinderen dat er een broertje of zusje bijkomt in februari. Ik koop zelfs al de eerste kleertjes.

Na een heerlijke vakantie, stap ik vol goede moed het gezondheidscentrum binnen waar een lieve verpleegkundige mijn bloed afneemt. Het voelt als een formaliteit, een onbeduidende afspraak in mijn agenda.

Het waren de afgelopen maanden roerige tijden geweest. Mijn schoonmoeder was ernstig ziek. Ons huis was eindelijk verkocht, maar we hadden nog geen nieuw huis. Manlief werd tussen neus en lippen door ook nog eens 2 weken in het ziekenhuis opgenomen met aanhoudend hoge koorts. Bovendien liep het op mijn werk niet lekker. We waren ontzettend druk geweest. Het enigszins onverwachte nieuws dat ik zwanger was, zette ons weer even met beide benen op de grond. Door alle hectiek hadden we niet echt de tijd en ruimte om stil te staan bij de vraag “Wat als…”. Gek genoeg, hebben we daar bij eerdere zwangerschappen altijd wel bij stilgestaan. Dit prille geluk voelde als een cadeautje dat ons liet inzien waar het in het leven om draait: het gezin. Het voelde als een eerste voorbode dat vanaf nu alles beter zou gaan.

Ik toog naar het gezondheidscentrum en liet bloed afnemen. De uitslag zou er binnen een week zijn. Geen moment heb ik me zorgen gemaakt.

Tot het telefoontje van de verloskundige een kleine week later komt.

Ik ben alleen thuis met de kinderen. Het is etenstijd en er komt zo een potentiƫle oppas langs. De telefoon gaat. De verloskundige vertelt dat ze de uitslag van de NIPT heeft. Ervan uitgaande dat het goed nieuws is, laat ik haar de uitslag vertellen. Er volgt een waterval aan tekst, waarvan ik me slechts herinner dat het niet goed is. Het kindje blijkt trisomie 13 te hebben, ofwel Syndroom van Down. Ik stamel wat; ik heb even geen idee hoe ik deze informatie op dit moment kan verwerken. De verloskundige blijft maar doorpraten, terwijl ik de kinderen maan stil te zijn en hun borden leeg te eten. Ondertussen gaat de bel want onze afspraak staat op de stoep. Ik doe de deur open en doe verwoede pogingen de vragen die opkomen te stellen, terwijl ik anderzijds het liefst direct op wil hangen. Op dat moment komt manlief binnen. In de drukte probeer ik naar mijn man te seinen dat het gesprek belangrijk is en dat er iets met ons kindje is. De verloskundige weet nog te melden dat we over anderhalve week een vruchtwaterpunctie moeten laten doen om het slechte nieuws te bevestigen. Daarvan zou twee weken later de uitslag volgen. Ik hang beduusd en verward op. Is dit echt?